Daniëlle gebak

In een oorlog zijn de wandaden van de verliezer misdaden en deze van de winnaar vergissingen. Van de mensen die zulke vergissingen ondergaan, wordt verwacht dat ze een gegeven uitleg aanvaarden en berusten in wat ‘collateral damage’ wordt genoemd.

We schrijven 2 oktober 1944, weken na de bevrijding en vijftig kilometer achter de frontlinie toen op een zonovergoten voormiddag Genk-centrum werd platgebombardeerd door achttien medium bombers uit de 39ste bombardementsgroep van de Amerikaanse luchtmacht.
Balans: achtendertig doden, een veelvoud aan gewonden en een zeventigtal huizen verwoest.
Generaal Anderson haastte zich om te spreken van “een grove fout ten gevolge van slechte navigatie, slecht hoofdwerk en een verkeerde identificatie van het doelwit”, te wijten aan de zware bewolking boven Genk. De mensen in Genk weten dat de zichtbaarheid die dag schitterend was, zonder ook maar één wolkje aan de lucht.
Zelf zat ik als kind van amper vier jaar “midden in de roos”. Het was een warme zonnige herfstmorgen, we waren in de tuin. Ik weet nog dat ik met de rug naar de kerk stond toen
ineens van links vliegtuigen kwamen aanvliegen, sommige zilverkleurig en anderen in camouflagekleuren. Het was een boeiend schouwspel want ze vlogen laag, dicht bijeen, blonken in het zonlicht en sommigen wiegden met de vleugels. De motoren draaiden zeer luid en van onder waren ze open. Plots ontstond er paniek bij de volwassenen en werden we de schuilkelder ingejaagd.
Dan volgden de gebeurtenissen zich snel op.

Het fluitend geluid en de schokgolven van de bominslagen, de hevige luchtdruk die me samenperste en het bloed dat uit mond en neus kwam; het huis dat boven ons in elkaar stuikte, het gekraak van bewegende keldermuren, een flikkerende lamp die dan volledig uitging en het angstige gevecht tegen het langzaam verstikken door het stof in het donker daarna, blijven sindsdien in mijn herinneringen voortbestaan.

Toen we uiteindelijk naar buiten konden worden geleid, zag ik vader tot aan de nek in het puin steken en ik wilde perse bij hem blijven, maar ik werd gewoon verder getrokken en het heeft lang geduurd voor ik hem terugzag. Bij de familieleden was er grote paniek en vertwijfeling en ik besefte dat iets heel ergs was gebeurd. Van ons huis bleef enkel een zwartgeblakerde schouw rechtop staan en daar bleef ik een hele tijd achter. Het vertrouwde thuis was er ineens niet meer.

Beelden van een babyarmpje in een witte handdoek, met het gouden kettinkje van mijn vier maanden oude nichtje, Daniëlle, blijven mij achtervolgen en een zonnige herfstmorgen vind ik nog steeds gruwelijk. Erover spreken kon niet: hard werken om te vergeten was het motto.

Vele tientallen jaren later is mij de rekening gepresenteerd, kapitaal met interest. Uiteindelijk werd midden 2005, via de Amerikaanse ambassade in België, meer informatie vrijgegeven: de groep die Genk aanviel, week af van de geplande koers met achttien toestellen uit een formatie van honderdvierenveertig die in midden Frankrijk was opgestegen. Er zijn geen objectieve elementen die wijzen op een vergissing, maar de Amerikaanse autoriteiten houden vol dat het een vergissing was en verwijzen naar de slechte zichtbaarheid waarvan de debriefings na de raid gewag maken. Deze debriefings, standaardprocedures die kunnen afwijken van de werkelijkheid, werden kennelijk zo opgesteld om de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen, met de steun van ervaren commandanten.
Blijkt nu dat de achttien toestellen van de raid op Genk reeds snel de formatie verlieten en naar Genk afweken – waar de groep trouwens via Zonhoven aankwam en een eerste maal bombardeerde.
In die tijdsspanne kon de hoofdformatie naar Ubach vliegen, waarna ze beschikte over ca. acht minuten om aan te vallen en terug te komen tot ten zuiden van Genk, en gedurende diezelfde acht minuten kon de groep van achttien Genk verkennen en gericht bombarderen – dat was het tweede bombardement – en weer aansluiten bij de hoofdformatie. De geringe hoogte kan een aanduiding zijn van zich niet boven vijandelijk gebied te weten. De groep van achttien landde gelijktijdig met de rest op de basis en was dus nooit boven doel in Duitsland.

Men hoort vaak zeggen dat de crew dacht boven vijandelijk gebied, namelijk Aken, te zijn en niet boven Genk.
Nu weten we dat het in de visie op oorlog voeren in 1944 geaccepteerd was om via geallieerde bombardementen op woonsteden gewone Duitse burgers massaal en anoniem te executeren; onze bevrijders vonden er zelfs het begrip ‘moral bombing’ voor uit. De term ‘collateral damage’ of met andere woorden de builen samen met de blutsen nemen, is ook een geallieerde uitvinding om dit gedrag te kunnen legitimeren.

Slachtoffers van ‘collateral damage’ tellen niet, worden niet geteld en het maakt ook niets uit of zij vallen voor, op of achter de frontlinie.
De raid op Genk confronteert eens des te meer met die Amerikaanse onverschilligheid ten aanzien van niet-Amerikanen en de ongehoorde arrogantie waarmee Amerika zelfs tot vandaag pertinente vragen over de eigen verantwoordelijkheid of een eventuele geheime agenda voor het bombardement op Genk uit de weg gaat.

Zij die het overleefden botsen nog altijd op een ergerlijk “omgekeerd negationisme”, wanneer hun verhaal als een “vergissing” wordt goedgepraat. Zelfs een “sorry” voor de slachtoffers kon er tot vandaag nog niet van af!

Jan Libot
Genk, december 2008

Het was de wens van Jan Libot om voor de ontwikkeling van het Daniëllegebak te werken met jongeren. Zijn weduwe, Katrien Anthonissen, hielp ons tijdens het hele proces en bracht ons in contact met Arlette Moons en Els Hamaekers, leerkrachten van de school Regina Mundi in Genk.
Uiteindelijk kreeg het gebak vorm dankzij de inzet van beide leerkrachten en de energie van hun leerlingen: Safia Alouet, Khadija Barisse, Sander Ceulemans, Irem Coskun, Loubna El Bouazzaoui, Tugçe Gölpek, Kelly Grossard, Claudia Höhne, Amal Lamabdi, Christa Longo, Kim Medved, Soumia Mkadmi, Mafalda Surleraux, Minke Vranken en Dilan Yildirim.



Deze taart kan u bestellen bij:

Mieke Bakt
mieke.slegers@outlook.com
0479 06 68 03