#96 - Van CECIL-weg naar Emiel Van Dorenlaan

De uitbouw van de steenkoolindustrie in de eerste decennia van de vorige eeuw transformeerde het landschap van de Limburgse Kempen drastisch. In Genk werden drie mijnzetels uitgebouwd, in Waterschei, Winterslag en Zwartberg. In deze driehoek lag het moeras van Staelen, één van de meest geliefde schildersplekken van Emile Van Doren (1865-1949). En hij was zeker niet alleen. In een verslag van de Koninklijke Commissie van Monumenten en Landschappen van 1904 schreven ze:

“We zijn er in geslaagd om de mooie moerassen van Staelen in Genk te redden. De landschapsschilders zullen ons hiervoor dankbaar zijn."

Maar de toekomst ervan was niet verzekerd. Sinds de uitbouw van de steenkoolindustrie kwam het gebied voortdurend in het vizier, specifiek ook als verbindingsgebied tussen de drie mijnzetels. Op 16 maart 1919 leek het pleit beslecht en schreef de Hasseltse krant Ons Limburg:

“Het landschap van Staelen zou in zijnen natuurlijken staat bewaard blijven.”

En in 1925 werden de vijvers van Staelen door de commissie tot geklasseerd monument van eerste klas uitgeroepen. Gered, zo leek het, maar de druk op het vijvergebied was groot, en in 1927 lagen er alweer plannen op tafel voor een weg, die het centrum van Genk met de steenkoolmijn van Zwartberg zou verbinden. Het traject was gepland door het moerasgebied, waardoor de vijvers dreigden te verdwijnen. Emile Van Doren tekende op 16 mei 1927 verzet aan bij het gemeentebestuur, dat een openbaar onderzoek uitgeschreven had.

“Mijne Heren, ik hoor van het project voor een weg van het College naar de hoek van de weg naar Zwartberg. Door de tijd ingehaald heb ik het plan pas deze morgen gezien en ben ik niet meer in staat geweest om het exacte deel van dit project ter plaatse te bestuderen, maar ik constateer dat deze weg doorheen de site van de vijvers van Staelen gaat, een door de Comissie van Monumenten en Landschappen geklasseerde site en de meest karakteristieke van de regio. Laat me toe een alarmkreet op te werpen en aan de gemeenteraad te vragen een formele en mogelijk onomkeerbare beslissing uit te stellen tot ik met mijn collega’s van de Commissie voor Monumenten en Sites heb kunnen overleggen.”

En met effect: de maatschappij CICIL (Compagnie Immobilière Commerciale & Industrielle du Limbourg) heeft het domein met een bocht moeten omzeilen voor de aanleg van de weg. Maar, zo schreef Alex Marut in zijn boek over het domein van Staelen:

“er werd verteld dat de familie Lohest verbolgen was omdat de onteigening van een gedeelte van hun domein niet doorging. Zij lieten in ijltempo het bos kappen en de vijver leeglopen om zo het gebied voor de kunstschilders waardeloos te maken. Er werd zelfs een premie uitgeloofd aan de houthakker die het eerste het hout zou komen weghalen. Emile van Doren heeft van dit droevige gebeuren een schilderij gemaakt.”

Dit zou het schilderij ‘De gevelde boom’ zijn, dat in privébezit bewaard wordt. De collectie van het Emile Van Dorenmuseum bewaart ook een werk Coup de bois. Dit werk toonde Emile Van Doren op het Brusselse Salon de Printemps in 1933, maar of dit de bomenkap in zijn geliefde Staelen vastlegde weten wet niet.

Ondertussen zijn de befaamde moerassen grotendeels verdwenen, en de weg doorheen het gebied, die eerst de naam Cicilweg kreeg, werd na de dood van de schilder tot Emiel Van Dorenlaan herdoopt. Een vreemde keuze misschien met het verzet van Emile Van Doren in het achterhoofd, maar anderzijds leidt deze weg langs een van zijn meest zijn geliefde plekjes in Genk waar hij vaak al schilderend aangetroffen kon worden.