Genck, kunstenaarsdorp

Schilderij COOSEMANS MoerasCentrum
In de 19de eeuw was Genk een uitgestrekt Kempisch boerendorp. Rond het kleine dorpscentrum lagen verschillende gehuchten, uitgestrooid te midden van weidse landschappen, zompige moerasgronden, ontelbare spiegelende vijvers en uitgestrekte heidegronden.
Vóór 1874 stopte er geen trein en was de postkoets het enige vervoermiddel om er te geraken. Maar dat weerhield kunstenaars er niet van om rond 1840 op ontdekkingstocht te gaan naar dit verdoken schildersparadijs. Op hetzelfde moment ontdekten ook geologen, entomologen, botanici en wetenschappers allerhande het ongerepte landschap.

Hôtel de la Cloche, en later Hôtel des Artistes, waren hun geliefkoosde verblijfsplaatsen.

Tussen 1840 en 1940 bezochten driehonderd en meer landschapsschilders het Kempendorp. Zij maakten Genk tot een kunstenaarsdorp pur sang.

 

KLIK HIER voor een beknopte beschrijving van deze bijzondere en veelal onbekende geschiedenis en een ruim overzicht van de kunstenaars die met zekerheid actief waren in Genk en de Limburgse Kempen.

 

De bijzondere geschiedenis van het kunstenaarsoord Genk staat centraal in de werking van het Emile Van Dorenmuseum. Naast het leven en werk van Emile Van Doren onderzoekt, verzamelt, bewaart en ontsluit het museum de band van beeldende kunstenaars met het Genkse landschap, in de periode 1840-1940 én vandaag...

 

Het Genkse landschap vandaag

De vele kunstenaars die de Limburgse Kempen op doek vereeuwigden werden aangetrokken door de poëzie van het 19de-eeuwse Genkse landschap: zijn duinen, moerassen, uitgebreide heidevlakten en horizonten. Met lede ogen zagen zij hun geliefde landschap ten prooi vallen aan de opkomende mijnindustrie aan het begin van de 20ste eeuw. Het idyllische dorpje Genk, zoals zij het kenden, zou op amper enkele tientallen jaren tijd uitgroeien tot de derde grootste industriële pool van Vlaanderen. Verschillende kunstenaars kwamen dan ook op voor het behoud van het Kempenlandschap, waaronder Emile Van Doren en Armand Maclot, beiden lid van de Koninklijke Commissie Monumenten en Landschappen en een grote pleitbezorgers van landschaps- en natuurbehoud.

Het landschap zoals de schilders het kende is zeker niet verloren. Mede dankzij visionaire kunstenaars die er de waarde van inschatten en het vereeuwigden op doek.

Vandaag worden de waardevolle heidegebieden, duinen en beekvalleien gekoesterd, maar ook de relicten van de steenkoolmijnen in dit landschap: de terrils, de schachtbokken en de tuinwijken.

Deze landschappen en monumenten vormen samen een unieke staalkaart van de menselijke en natuurlijke wereldgeschiedenis. In de regio rond Genk komen deze getuigen in het landschap naast en in combinatie met elkaar voor. Het is dus niet voor niets dat het landschap van de Hoge Kempen in de running is voor een erkenning als UNESCO Werelderfgoed. Meer info op de website van het Regionaal Landschap Kempen en Maasland.

 

Onder andere in het natuurgebied De Maten en het Nationaal Park Hoge Kempen ontdek je de unieke landschappen zoals Emile Van Doren ze zag. Maar ook de landschappen die de industrie in Genk creëerden zijn ondertussen uitgegroeid tot cultuurparels, denken we aan de terrils, C-mine (Winterslag), Thorpark (Waterschei) en La Biomista (Zwartberg).

Het typische landschap van Genk vandaag - een unieke combinatie van de groenste centrumstad én derde industriepool van Vlaanderen - inspireert nog steeds. Met een actieve werking rond hedendaagse kunst, en de relatie tot landschap, zet het Emile Van Dorenmuseum de zoektocht verder naar de bijzondere band tussen beide.