Emile Van Doren

Foto EVD
Emile Van Doren werd in 1865 geboren.  Hij groeide op als zoon van een spekslager in hartje Brussel. Rond 1890 arriveerde hij voor het eerst in Genk, als jonge student aan de Académie des Beaux-Arts van Brussel. Zijn komst was niet toevallig. Genk was op dat moment uitgegroeid tot één van de meest geliefde kunstenaarsoorden van België. Vele tientallen kunstenaars gingen hem voor, maar Van Doren was de eerste die van Genk permanent zijn thuis zou maken.

Hij bouwde er, samen met echtgenote Cidonie Raikem, Hôtel des Artistes uit tot een trefplaats voor kunstenaars en gegoede toeristen. Het hotel deed ook dienst als galerie voor het werk van Emile Van Doren. Tegelijk bleef hij nationaal en internationaal tentoonstellen en belandde zijn werk o.a. in de collectie van de koninklijke familie en enkele vooraanstaande musea en privécollecties. Genk en zijn landschap speelden in deze werken de hoofdrol.

Van Dorens werken lagen goed in de markt, voornamelijk bij de adel en de gegoede burgerij die zijn neo-impressionistische stijl erg smaakten. Ook de koninklijke familie was fan. Leopold II kocht reeds vroeg werk van hem, maar vooral koning Albert I en koningin Elisabeth waren grote bewonderaars en lieten geen tentoonstelling van Van Doren voorbijgaan. Ook koning Boudewijn verwierf een werk van Emile Van Doren, dat een prominente plaats kreeg in zijn kantoor op het buitenverblijf in Opgrimbie.

 

Van Doren was - samen met het kruim van de 19de-eeuwse Belgische kunstenaars, zoals Constantin Meunier, Fernand Khnopff en Joseph Coosemans - medestichter van de Société Royale des Beaux Arts in Brussel.

 

In 1913 bouwde Emile Van Doren de villa-met-atelier Le Coin Perdu (vandaag het Emile Van Dorenmuseum), waar hij samen met Cidonie en dochter Stéphanie (Fanny) een rustig en luxueus leven leidde en zich verder concentreerde op het schilderen. Met zijn werken verspreidde hij de naam en faam van 'zijn' idyllische Genk in heel het land en ver daarbuiten.