2010 - Genk door schildersogen. Landschapsschilders in de Limburgse Kempen (1850-1950)

Genk door schildersogen - Cover

De tentoonstelling brengt het verhaal van een Kempens boerendorp, gelegen te midden een prachtig landschap met eindeloze horizonten dat vanaf het midden van de negentiende eeuw tot één van de meest geliefde schildersoorden van België uitgroeide. Dit dorp was Genk. De eentonige, uitgestrekte heidevlaktes werden afgewisseld met zompige moerassen, statige mastbossen en spiegelende wijers. Te midden van dit alles lag het pittoreske dorspcentrum waarboven een kerktoren en windmolen uittoornden. In de loop van de geschiedenis van Genk als kunstenaarsdorp zochten vier generaties landschapsschilders de Limburgse Kempen op. Niet zozeer specifieke kunstenaars maar eerder een aantal gedeelde elementen kenmerken elk van de generaties. De eerste generatie (1850-1870) ontdekt de Limburgse Kempen als schildersoord. Een kleine groep schilders legt de grondslag voor het kunstenaarsdorp dat Genk in de daaropvolgende decennia wordt. Met de tweede generatie (1870-1890) komt de schilderstraditie tot bloei en krijgt Genk zijn naam en faam, ook buiten de landsgrenzen. Hôtel de la Cloche is de trefplaats bij uitstek. De derde generatie (1890-1914) ziet het rustige Kempendorp veranderen in een toeristische trekpleister. Verschillende imposante villa's worden opgetrokken als buitenverblijf voor de gegoede burgerij. Emile Van Doren en Armand Maclot maken van Genk hun thuis. Hôtel des Artistes wordt opgericht. Met de vierde generatie (Interbellum) zet het verval van de schilderstraditie zich verder. De komst van drie mijnzetels jaagt de schilders voorgoed van de heidegronden.

 

De tentoonstelling brengt voor het eerst het volledige verhaal van Genk als schildersoord naar voren, met bruiklenen uit binnen- en buitenland van onder andere Jules Breton, Anna Boch, Eugène Boch, David Oyens, François Roffiaen, Joseph Coosemans, Armand Maclot en vele anderen. In samenwerking met Davidsfonds Leuven werd deze boeiende geschiedenis ook te boek gesteld.

 

In de rand zijn drie andere tentoonstellingen te bezoeken.

Coalface (Vennestraat 127 B2) brengt met Mijnbeeld fotografische beelden samen die de overgang van natuur- naar industrielandschap illustreren. Onder curatorschap van Dirk Lauwaert tonen ze het landschap dat de landschapsschilders links lieten liggen met werken uit de collecties van Heemkring Heidebloemke, Museum van de Mijnwerkerswoning Eisden, FotoMuseum Antwerpen, Rijksarchief Hasselt en het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium. De tentoonstelling Interland, opgezet in samenwerking met FLACC, brengt het hedendaagse landschap in beeld, met werk van Anne Lass en Mårten Lange. Tot slot tonen vier studenten van de MAD-faculty (Yannick Delva, Sabrina Schepers, Nele Bronckaers en Steven Callens) in de vergaderzalen van C-mine cultuurcentrum hun blik op het landschap vandaag. 

 

Van 28 september t/m 5 december 2010

C-mine cultuurcentrum

Gratis toegang